Gedichten
DE DAG
|
DE DAG Mijnheer, geen wonder dat u nimmer gelooft in zijden zonnen en fluwelen sterren. Luchtkastelen die u vermetel heeft beroofd, bleken leeg van binnen, enkel rijk van verre. Uw daden, nijver en door velen zeer geloofd, waarmee u daags uw lijden geldelijk bedroop, gebracht door ijver, kracht en ook een vonkje hoop, hebben het felle vuur in t hoofd nog niet gedoofd. Want wat het werk van u ook mag benemen, moeie benen, pijn die schrijnt aan bot en knook, het beest blijft ongevoed dat kwijnend verder leeft. De reis naar de maan, wilt u nog ondernemen, de gang naar het binnenst van de aarde ook. Geen wonder, dat de dag u dorre dromen geeft. Brander Bos ©1999 / Net-publicatie: Ars Pro Toto ©2003 |
| < Vorig |
|---|