Gedichten
DE ZONDERLING
|
DE ZONDERLING In verre velden groeien vreemde planten, vergeelde bessen en potsierlijk gras. Daar klopt de wereld van geen kanten: eet ik stenen en giet olie in mijn glas. Naar verre velden ben ik afgedwaald langs brede stromen van gestold verdriet. Mijn smalle schouders heb ik opgehaald. Ravijnen weken uit en dieptes zag ik niet. In die velden heb ik mijn staat gesticht: Ik had het rijk voor mij alleen, nachten in de olie, dagen, languit, liggend in het gras. Maar van die rijkdom werd ik niet veel wijzer: Ik was kwijt wie ik was. Ik was een keizer zonder kleren, een koning zonder paard, ik was stichter van het land dat niemand placht te vinden en van niemand restte meer dan een leeg en ver gezicht. Brander Bos ©1999 / Net-publicatie: Ars Pro Toto ©2003
|
| < Vorig | Volgend > |
|---|